Pensioentafel update

29 april 2021

Met de fusie tussen het Spoorwegpensioenfonds en SPOV is ook de zogeheten Pensioentafel ingericht. In dit orgaan zijn vier werkgevers - waaronder NS en ProRail - en vijf vakbonden, waaronder VHS, vertegenwoordigd. De functie van de Pensioentafel is het creëren van algemene afspraken rondom de pensioenvoorwaarden voor álle groepen gepensioneerden, vallend onder het nieuwe Pensioenfonds Rail & Openbaar Vervoer (Rail&OV). Dit om de administratieve ingewikkeldheid met voor elke groep een eigen set voorwaarden te voorkomen. En ook om de dialoog aan de diverse cao-tafels, waar de pensioenafspraken tussen bonden en werkgevers echt overeengekomen worden, te ondersteunen.

De afgelopen periode ging het aan de pensioentafel voornamelijk over het partnerpensioen. Aanleiding was het vaststellen afgelopen najaar van de benodigde hoogte van de pensioenpremie om de maximale opbouw van pensioen mogelijk te houden. Met name vanwege zeer lage rentestanden, kwam deze uit op 29% (van het jaarsalaris); met daarbij ook nog de vraag of, bij een vaststelling voor meerdere jaren, ook nog een buffer nodig zou zijn. Kortom, een ongekend hoog percentage. Het pensioenfonds gaf aan de Pensioentafel ter overweging te kijken naar een 'Partnerpensioen op risicobasis' in plaats van het huidige 'Partnerpensioen op opbouwbasis'. Dit zou zomaar 4% premie kunnen schelen. Bijzonderheid: in het nieuwe pensioenakkoord van minister Wouter Koolmees is eveneens gekozen voor Partnerpensioen op risicobasis.

VHS Pensioencommissie

Wij hebben daar met de VHS Pensioencommissie goed naar gekeken en geconcludeerd dat deze keuze ten koste gaat van de opbouw van het partnerpensioen dat beschikbaar komt bij pensionering. En in de discussie over hoogte van de pensioenpremie hebben we steeds juist enorm belang gehecht aan maximale opbouw voor pensioen van werknemer én partner. Bij een keuze voor partnerpensioen op risicobasis zou je voor de beschikbare premie van 24% weliswaar nog steeds een maximale opbouw van je pensioen kunnen krijgen, maar moet je – om je partner ook van inkomen te voorzien na jouw overlijden – een deel daarvan uitruilen bij jouw pensionering voor een partnerpensioen. Per saldo is het gezamenlijke pensioen dan lager dan bij handhaving van de huidige regeling.

Circus

Daarnaast, invoering van dit partnerpensioen op risicobasis zou een enorm circus van administratie en communicatie vergen. En dat voor slechts een korte tijd (drie à vier jaar), omdat we al met de inleidende activiteiten voor de invoering van het nieuwe Koolmees-akkoord bezig zijn. Ook dat vergt weer een geweldige omschakeling. Hoewel het Pensioenfonds zelf de aanbrenger van deze denkrichting was, raadden ze het uiteindelijk ook zelf af! Kortom, voor VHS was dit niet de oplossing van een te hoge premie. Alle andere partijen trokken dezelfde conclusie. Daarmee blijft tot de invoering van het Koolmees-akkoord de huidige regeling voor het partnerpensioen gehandhaafd.

Koolmees-akkoord

De grote taak die er nu voor de Pensioentafel ligt is: begeleiden van de invoering van het Nieuwe Pensioen Contract (NPC, het Koolmees-akkoord dus). Dit NPC moet uiterlijk 2026 in werking treden, maar daarvoor moet veel gebeuren. Onder leiding van de bekwame medewerkers van Rail & OV heeft de Pensioentafel daar inmiddels twee bijeenkomsten (op afstand) aan gewijd. Vooralsnog is vertrouwd raken met de materie het belangrijkste doel. Het akkoord moet nog omgezet worden in wetgeving, goed te keuren door het parlement, dus er zijn bij voortduring allerlei voorbehouden. Wel is het zo dat alle partijen, maar dan op landelijk niveau, de overtuiging hebben dat het NPC een aantal van de thans levende 'grieven' tegen het nationale pensioensysteem, oplost. Hierbij moet je denken aan de jong-en-oud discussie, de eisen aan de dekkingsgraad van de pensioenfondsen, risico-bereidheid van de verschillende leeftijdscohorten, enzovoort.

Geen achteruitgang

Kortom, er staat nog te weinig vast om jullie in dit stadium al concreet te kunnen informeren. Wel heeft zich al een eerste punt van aandacht in ons hoofd vastgezet: wij willen van nabij en in een vroeg stadium kunnen zien dat, zoals rondom de besluitvorming voor het NPC gedebiteerd is, niemand er op achteruit gaat, níet op niveau van het gemiddelde, maar zeker ook niet op individueel niveau. Ook de andere bonden hebben hier een belangrijk punt van gemaakt.

Laurens Berger en Ad Brandt
VHS'ers en lid Pensioentafel