Column: Groet van het Franse platteland

25 maart 2021

Dit jaar zal ik het penningmeesterschap van onze vereniging overdragen aan Meinte Wildschut. Als de ALV hem benoemt natuurlijk. De werkzaamheden die ik nu nog verricht voor VHS Railprofessionals doe ik sinds afgelopen oktober vanuit Frankrijk. Ons huis in Nederland is verkocht, de inboedel tijdelijk opgeslagen. En tot ons nieuwe huis in Almere komende herfst klaar is, wonen we in ons vakantiehuis op het Franse platteland. Dit huis staat in een dorpje in de Bourgogne met welgeteld honderd inwoners; een eigen gemeente met een gemeenteraad bestaande uit zeven leden.

Ons natuurstenen huis is 250 jaar oud en al ruim twintig jaar van ons. We komen hier vaak voor een lang weekend of enkele weken, maar nu verblijven we er dus een heel jaar. En dat bevalt prima. We zijn echt onderdeel van de gemeenschap, helpen met het onderhoud van wandelpaden en maken dagelijks een praatje met de buurman over het weer, de moestuin, de honden, familie, kinderen en het wel en wee in het dorp. En ook hier hebben we te maken met de coronapandemie. Gaven we elkaar voorheen bij de eerste ontmoeting een hand, nu houden we in deze Covid-tijd één meter afstand. Inderdaad, de anderhalve meter die in Nederland geldt is hier 'slechts' een meter.

Uiteraard volgen we het Franse nieuws om te horen hoe de pandemie zich ontwikkelt en welke maatregelen de overheid hier neemt. De avondklok in ons departement ging de afgelopen maanden om 18.00 uur in. Sinds vorige week is dat 19.00 uur. En ook hier zijn de kappers open, restaurants en cafés zijn dicht. De grote overdekte winkelcentra zijn dicht. De supermarkt 12 kilometer verderop is wel open. Ook hier is een mondkapje in de supermarkt (supermarkten zijn hier veel ruimer en men houdt afstand), OV en openbare gebouwen al heel lang verplicht, geen punt van discussie.

We kijken regelmatig naar de persconferenties van de Franse sleutelfunctionarissen in de Covid-aanpak. Minister van volksgezondheid Veran (neuroloog en politicus) is wekelijks op tv. Hij geeft helder inzicht in de laatste stand van zaken, kent het dossier volledig en heeft alle cijfers paraat. Feitelijk en zakelijk. Premier Castex komt in beeld als ingrijpender maatregelen aangekondigd worden. Hij geeft aan of de strategie werkt en welke aanpassingen er aan komen. Tot slot is er president Macron. Hij is de chef de guerre, hij zegt hoe het moet en geeft instructies. De informatie die dit driemanschap geeft is helder, zakelijk, goed onderbouwd en niet emotioneel. Als de president het land toespreekt staan er trouwens aan weerszijden van hem de Franse en Europese vlag!

Het past in de traditie van een sterke Franse staat (Napoleon heeft daarvoor een stevig fundament gelegd): juridisch, technocratisch. De staat gaat confrontaties niet uit de weg en heeft politie en gendarmerie die strak in de handhaving zijn. Het land deelde de meeste coronaboetes in Europa uit. Een andere aanpak dan in Nederland, ook deze ontwikkelingen volg ik, al is het van een afstand.

Nederland is een consensussamenleving. Corona doen we samen is het devies. Polderen en overleggen. Dan duurt het dus een tijd voor het vaccineren op gang komt. Ik vond het ongelooflijk de verantwoordelijke minister (ja die van die schoenen, zulke ijdeltuiterij zie je niet bij het Franse driemanschap) te horen zeggen dat hij Defensie niet vraagt om te assisteren bij de Covid-aanpak, omdat de mensen die vanuit het leger bij de vorige pandemie een cruciale rol vervulden er nu niet meer werken. Over het inzetten van professionals gesproken. Van een afstand zie ik in Nederland veel gepolder, heel veel emoties, veel ballonnetjes die worden opgelaten, een zigzaggende overheid die in mijn ogen absoluut geen strategische indruk maakt.

Het moge duidelijk zijn, Nederland en Frankrijk zijn verschillend. Luizenmoeders en traktatiestress zijn op Franse scholen totaal onbekend. In Nederland staat de korte termijn voorop. Er wordt geen ic-capaciteit gereserveerd voor een eventuele calamiteit. Ook kennis is minder belangrijk geworden. We kunnen toch alles inhuren? Ik vraag mij dan ook af: is de overheid nog een deskundige opdrachtgever? Of geldt alleen het criterium: alles moet op een koopje? We waren jarenlang een verzuild land. Elke geloofsopvatting zijn eigen kerk. Nu lijkt het of elke belangengroep zijn eigen politieke partij heeft. Dat maakt het ook lastig om strategisch te denken en te werken. Want als politicus moet je scoren en Nederlandse praatprogramma’s vullen.

Hoe anders gaat het in mijn Franse dorpje van 100 inwoners op het rustige platteland. De burgemeester en de gemeenteraad spelen hier een centrale rol. Ook in de Covid-aanpak. Met kerst bracht de burgemeester alle ouderen een kerstpakket namens de gemeente, als steuntje in deze bijzondere tijden. Jongeren kregen het bedrag in de vorm van een cadeaubon. Voor mensen die niet naar de supermarkt durven te gaan heeft de gemeente een boodschappendienst georganiseerd. Wekelijks levert een gemeenteraadslid de boodschappen af. De rekening wordt door de gemeente voorgeschoten. Het zijn zo maar een paar voorbeelden.

En aantal weken geleden vroeg de burgemeester me of ik op de lijst van te vaccineren 65-plussers wilde. Daar hoefde ik niet heel lang over na te denken. De 75-plussers zijn hier intussen al gevaccineerd. De ouderen met extra risico waren in januari al ingeënt.

Het is mooi te ervaren dat de plaatselijke overheid hier echt probeert de zorgplicht voor haar burgers na te komen. Daar kan Nederland een voorbeeld aan nemen.

De komende maanden ga ik de boekhouding aan mijn opvolger overdragen. Ik zorg ervoor dat de financiële jaarstukken 2020 klaar zijn voor de ALV en hoop dat we na de zomer weer een fysieke ALV kunnen houden, zoals we dat altijd deden!

Blijf gezond!

Met hartelijke groeten van het Franse platteland!

Jan Herman Meijer
Penningmeester VHS