Bericht van de Pensioentafel

27 mei 2021

VHS is deelnemer aan de Pensioentafel Rail & OV. Aan die tafel praten werknemers en werkgevers met het pensioenfonds over de vormgeving van ons pensioen. Recent was daar natuurlijk het samengaan van het Spoorwegpensioenfonds met dat van de andere openbaar vervoersbedrijven. Grootste uitdaging waar we de komende jaren voor staan, zijn de aanpassingen van ons pensioen waar nodig in verband met het 'Pensioenakkoord', dat in de politiek is bereikt. Dat wil zeggen, in principe, want het wetsvoorstel moet nog definitief gemaakt worden en vervolgens in de Tweede en Eerste Kamer worden aangenomen. Dit is nog een heel proces waar de verantwoordelijke minister Wouter Koolmees onlangs van heeft aangegeven dat het waarschijnlijk een jaar langer gaat duren. Kern van de wijziging is dat waar je vroeger elk jaar een bepaalde pensioenaanspraak opbouwde als percentage van je loon, je straks een kapitaal opbouwt vanuit de beschikbare pensioenpremie. Met dat kapitaal kun je dan op de datum van je pensionering een pensioenuitkering aankopen.

Het oorspronkelijke plan was dat dit nieuwe stelsel zou ingaan op 1 januari 2026. Maar zoals het er nu voorstaat wordt dit waarschijnlijk pas een jaar later. Voor die tijd hebben we als pensioentafel nog veel te doen. De planning ziet er op hoofdlijnen als volgt uit:

  • Fase 1: inzicht en kaderstelling. Dit bevat o.a. inzicht in wetgeving, besluitvormingskader, pensioenambitie, financieel toetsingskader, rekenmodel en impact op de uitvoering.
  • Fase 2a: hoofdlijnen (pensioen)regeling. Dit behelst het vaststellen van de hoofdlijnen van de regeling, keuze van het contract, effecten van keuzes bepalen, opstellen van ‘cohorten’ (te onderscheiden groepen van personen), risicohouding, beleggingsbeleid, solidariteitsreserve, ‘invaren’ (overgang van oude naar nieuwe stelsel), compensatie (waar nieuwe stelsel echt onrechtvaardig uitpakt), communicatie en implementatie planning.
  • Fase 2b: definitieve regeling. Bevat het definitief vaststellen van de pensioenregeling, afstemmen met de ‘achterban’ (m.n. werknemers), het transitieplan. Maar ook het indienen van de regeling bij de DNB en de AFM plus het formele verzoek aan het Pensioenfonds om de regeling te gaan uitvoeren.
  • Fase 3: onderbrengen bij uitvoerder (het pensioenfonds). Dit bevat de opdrachtaanvaarding door het fonds, een toets op uitvoerbaarheid en evenwichtigheid, akkoord DNB en AFM als mede opstellen van een communicatie- en implementatieplan.
  • Fase 4: implementatie. Deze fase zou moeten lopen van juli 2024 t/m 31 december 2025 en zullen we als pensioentafel in nauwe samenwerking met het verantwoordingsorgaan Rail&OV vorm gaan geven.

Kortom, er is nog een hoop te doen!

Ad Brandt
VHS'er en lid Pensioentafel